Prof. dr. Olivier Vanderveken.

Wat als je kanker krijgt en daardoor niet meer kan praten, slikken of normaal ademen?
Het zijn helaas vaak de gevolgen voor patiënten met hoofd- en halskanker. 

Het UZA wil er alles aan doen om dit te vermijden.
 

Prof. Olivier Vanderveken - diensthoofd NKO

Hoofd- en halskanker

Wat is het?

Hoofd- en halskanker slaat niet op één type van kanker, maar is een verzamelnaam voor kwaadaardige tumoren in bepaalde delen van het hoofd en de hals. Die tumoren kunnen zich bevinden ter hoogte van de stembanden, de amandelen, de tong, in de keel, de mond, de wangen, de neus, de sinussen, maar ook in de schedelbasis, de schildklier, de speekselklieren of op de huid.

In België is hoofd-en halskanker is de vijfde meest voorkomende kanker bij mannen en de negende meest voorkomende kanker bij vrouwen. De specialisten van het UZA behandelen jaarlijks meer dan 200 nieuwe patiënten. Hiermee is het UZA het grootste centrum voor hoofd- en halskanker binnen de provincie Antwerpen.

Levenskwaliteit van de patiënten én hun naasten

Hoofd- en halskanker en de behandeling ervan hebben een grote impact op de levenskwaliteit van de patiënt en hun naasten.  Een groot deel van de patiënten heeft problemen met spreken, ademen en eten en drinken. Functies die cruciaal zijn in ons dagelijks leven. Hoofd-halskankerpatiënten hebben dan ook vaak een grote behoefte aan doelgerichte revalidatie voor deze problemen.

Om deze reden gebeuren de beslissingen, het klinisch onderzoeken en de behandeling van de hoofd- en halskankerpatiënten in het UZA steeds met een multidisciplinair team van NKO-artsen, MKA-artsen, radiotherapeuten, oncologen, logopedisten, gespecialiseerd verpleegkundigen, diëtisten en anderen. 

Onderzoek

Binnen het UZA zet dit multidisciplinair team zich dagelijks in om de patiënt de beste levensverwachting en -kwaliteit van leven te bieden. Niet alleen klinisch maar ook door onderzoek te voeren naar doelgerichte en nauwkeurige behandeling, chirurgische technieken en revalidatie. Het UZA neemt hierbij een voortrekkersrol waarbij er vandaag ingezet wordt op 3 grote focuspunten: 

Slikrevalidatie met prof. Gwen Van Nuffelen, NKO logopedist

Betty (hierboven op foto) volgt slikrevalidatie in het UZA. 

1. Preventie en revalidatie van slikproblemen:

Een groot deel van de personen behandeld voor hoofd-halskanker heeft slikstoornissen. Enerzijds kan eten en drinken niet veilig verlopen. Voedsel en eigen speeksel lopen dan in de luchtpijp wat kan leiden tot een longontsteking. Anderzijds heeft de patiënt vaak problemen met het wegslikken van voedsel uit de mond en keel. Als eten blijft steken in de keel, vraagt eten veel tijd en eten patiënten te weinig wat kan leiden tot ondervoeding.

Bovendien zijn eten en drinken onlosmakelijk verbonden met ons dagelijks leven, denk maar aan het tasje koffie of terrasje met vrienden of collega’s, het jaarlijkse kerstdiner of de dagelijkse gezinsmaaltijd. Bijgevolg hebben slikstoornissen dan ook een grote impact op de kwaliteit van leven van de patiënt en de naasten.

Binnen het UZA wordt reeds jarenlang ingezet op revalidatie van slikstoornissen bij patiënten met hoofd- en halskanker. Dit wordt klinisch gedaan, maar het UZA speelt ook een voortrekkersrol rond onderzoek naar de effecten van slikrevalidatie. Dit wordt steeds waar mogelijk gedaan in samenwerking met de andere Vlaamse universitaire ziekenhuizen en perifere netwerken en ziekenhuizen om de slagkracht maximaal te maken.  

Uit het onderzoek is geweten dat intensieve slikrevalidatie bij hoofd-halskanker werkt. Patiënten worden sterker en kunnen beter eten en drinken. Bepaalde oefeningen blijken echter meer effect te hebben dan andere. Het verder onderzoek richt zich op ‘wat werkt het best en voor wie’
Momenteel lopen er verschillende onderzoeken. Eén daarvan spitst zich toe op de effecten van intensieve slikrevalidatie bij personen met een totale laryngectomie, een chirurgische ingreep waarbij het volledige strottenhoofd wordt verwijderd. 

2. Botreconstructie:

Vaak moeten er bij hoofd- en halskankers grote uitsnijdingen gedaan worden en delen van de botconstructie verwijderd worden. Hierdoor is er een grote nood aan precieze scanning en botreconstructie. 3D planning en 3D technologie spelen hier een grote rol in. Om deze reconstructies verder te optimaliseren heeft UZA samen met de UAntwerpen een nieuwe onderzoekslijn opgestart. 

MKA-chirurgen met 3D-model voor reconstructie

Da Vinci robotchirurgie

3. Robotchirurgie:

Sommige types van kankers in het hoofd-halsgebied zijn moeilijk bereikbaar via de klassieke ‘endoscopische’ chirurgie via de mond. Hier is de robotchirurgie een duidelijke meerwaarde. In het UZA kunnen deze types van tumoren met de Da Vinci robot chirurgisch behandeld worden. De operatie gaat dan via de mondopening zonder dat er zoals voorheen grote chirurgische procedures moeten gebeuren die gepaard gaan met meer schade aan botstructuren/huid en omliggende weefsels.

Bovendien kunnen nu ook sommige tumoren louter behandeld worden met chirurgie gebruikmakend van de Da Vinci robot, terwijl anders deze tumoren met een combinatie van chemotherapie en bestraling behandeld moeten worden met meer nevenwerkingen op lange termijn. Hier wil het UZA verder op inzetten om patiënten op een minimaal invasieve manier te kunnen helpen.