Onderzoek naar inflammatoire borstkanker
Inflammatoire borstkanker (IBC) zorgt voor 10% van de sterfgevallen door borstkanker. In het UZA doen we onderzoek om hier verandering in te brengen. We willen IBC beter begrijpen en nieuwe behandelingen ontwikkelen.
Wat maakt ons onderzoek uniek?
We focussen op twee complementaire onderzoekslijnen:
• Patiënt-afgeleide organoïden: dit zijn mini-tumoren die in het laboratorium worden gekweekt uit het weefsel van echte patiënten, waardoor we nieuwe behandelingen sneller, persoonlijker en gerichter kunnen testen.
• Het immuunsysteem: we bestuderen hoe het immuunsysteem bij IBC soms de tumor niet bestrijdt, maar net ondersteunt in zijn groei. Door beter te begrijpen hoe afweercellen functioneren, kunnen we nieuwe therapeutische strategieën ontwikkelen.
Met geavanceerde technieken brengen we in kaart hoe kankercellen en immuuncellen samenwerken. Zo ontwikkelen we nieuwe behandelingen, krijgen we inzicht in de agressiviteit van IBC en openen we perspectieven om het ontstaan van de ziekte in de toekomst te voorkomen.
Ons onderzoek staat bovendien niet op zichzelf. We bouwen actief aan sterke internationale samenwerkingen. Vandaag nemen wij een leidende rol op in het nieuwe Europese IBC-consortium (EuroIBC), waarin we stalen uit heel Europa systematisch zullen verzamelen en analyseren.
Wat is er reeds gebeurd en waar willen we naartoe?
In het lopende onderzoek van dr. Christophe Van Berckelaer (o.l.v. diensthoofd oncologie prof. dr. Hans Prenen) maken we gebruik van de geavanceerde techniek, spatial transcriptomics, om weefselstalen van 8 patiënten met IBC te bestuderen. Met deze technologie kunnen we precies zien welke cellen aanwezig zijn, waar ze zich in de tumor bevinden, en welke genen in die cellen actief zijn.
We willen onze studie nu graag verdubbelen van 8 naar 16 patiënten, zodat we verschillende types IBC (ER-positief, HER2-positief en triple-negatief) kunnen vergelijken. Dit bredere perspectief zal ons helpen om
• te begrijpen hoe het immuunsysteem zich in elk subtype gedraagt.
• te bepalen hoe bepaalde immuuncellen (nl. macrofagen en B-cellen) de tumormicro-omgeving beïnvloeden en bijdragen aan therapieresistentie.
• nieuwe aangrijpingspunten voor therapieën te ontdekken die het immuunsysteem kunnen herprogrammeren om IBC beter te bestrijden.
